vrijdag 11 januari 2013

Feest 2


                     Loofhuttenfeest (15de van de maand Tisjrie, joodse kalender) 

                    Wat is het in dit land een takkenzooi! 

                    Je moet dit droge land constant besproeien
                    En onze buren zijn van laag allooi
                    Steeds ruzie en gedram en steeds geklooi
                    Hoe enthousiast ik ook met kogels strooi
                    En hoeveel liters bloed ik ook doe vloeien
                    Nee, tussen ons zal nooit een vriendschap bloeien                   
                    Het is één wilde woeste apenkooi

                    Wat is het in dit land een takkenzooi!

                    Waarom moest God Zich zo met ons bemoeien?
                    Waarom door die woestijn in een konvooi?          
                    Waarom daar dorstig onze voeten schroeien:               
                    Egypte was toch vruchtbaar en heel mooi?
                    Ik ga mijn tijd niet met dit feest verknoeien

                    Ik heb het land aan heel die takkenzooi! 

donderdag 10 januari 2013

Feest 1

                   

                           Pinksterfeest  

                     We geven allemaal een keer de geest 
 
                     Het waren na Zijn dood bizarre dagen
                     Er was gebeurd waar zo voor was gevreesd
                     En Jezus, als Messias flink gesjeesd
                    Was, na terug van even weggeweest
                    Weer naar de Hemel met de benenwagen
                     Hoewel ze hem soms in hun dromen zagen
                    'Nou ja; gebeurd', zei Petrus: 'eerst maar feest: 

                     We geven allemaal een keer de geest'

                     Dus werden er wat stickies aangedragen
                     En iedereen gedroeg zich als een beest
                     Het was hen stevig in de bol geslagen
                     En Petrus die misdroeg zich nog het meest
                     En wat hij deed hoef ik u niet te vragen

                     We krijgen allemaal wel eens de geest 
 
Deze versvorm, die als onderwerp iets feestelijk dient te beschrijven, is gebaseerd op mijn geboortedatum 17-1-'51  en bestaat uit een vaste refreinregel als boven en twee coupletten van 7 en 5 regels met het rijmschema A baaabba A babab A. De eerste refreinregel kan ook als titel dienen en deze regel mag iets variëren en moet in elk geval in de laatste regel van betekenis veranderen. Het aaa in het eerste couplet is geschikt om even te zeuren, als een naald die in de groef blijft hangen.

zaterdag 5 januari 2013

Notlebbarg 3


                 
                 
                











 
                 


                  We vonden op de buitenste planeten
                  Hoog op een berg het Netenvolk van Tnalp
                  Er viel daar niets te halen, niets te eten
                  Geen wonder dus dat we hem snel weer pleten
                  Van die verrekte kale Netenalp

vrijdag 4 januari 2013

Notlebbarg 2


 
                 





















                 
                          Nee Piet, we spelen geen stranego
                  En ook geen mononoly en geen narts
                  Er staat toch helder poly, darts en tego
                  Zo'n bril is misschien fnuikend voor je ego
                  Toch moet je maar eens naar een ogenarts

 

donderdag 3 januari 2013

Notlebbarg 1


           
                      










                               


                  Heer red ons toch! O lieve God, red nú!
                  Hoe wreed uw lot; één uitweg is er nog
                  Bekeert u dus; de keuze is aan u!
                  Jahweh, Im, Baäl, Senx, Cagn, Nai, Pax, Og:
                  Er is een god voor elke underdog      

woensdag 2 januari 2013

Labbertong 40 (slot)


 
                       Ik ben alleen en vind geen soortgenoot
                       Niets kan mijn eenzaamheid en treurnis troosten
                       Ach, meesterlijk houd ik mijzelve groot
                       Hoewel ik vele zilte tranen goot:
                       Er is maar één Grootmeester van 't Groot-Oosten      

dinsdag 1 januari 2013

Labbertong 39


                      
 
                       Ik druk mij strak tegen de ondergevel
                       Doorweekt sta ik te rillen in mijn goed
                       Het vocht waarmee ik deze natheid voed
                       Verliest zich in de spettergrijze nevel:
                       Wat moet één traan in deze regenvloed?